The Open, een van de meest prestigieuze golftoernooien ter wereld, gaat niet alleen over birdies en bogeys. Er komt veel meer bij kijken. Achter de mooie greens en uitdagende bunkers schuilt een gigantisch economisch belang, en de gaststeden krijgen een enorme boost van het organiseren van het enige Europese Major. Het is niet alleen een geweldig golfevenement, maar ook een geweldige kans voor een regio om te groeien en zichzelf op de kaart te zetten.

Voor een week wordt de stad het epicentrum van de golfwereld. De beste golfers van de wereld, sponsoren, media en honderdduizenden toeschouwers stromen toe om getuige te zijn van het spektakel. Het evenement trekt niet alleen lokale fans, maar mensen van over de hele wereld, die speciaal overvliegen om er die week bij te zijn. En dat publiek geeft aardig wat geld uit. De toegangstickets voor alleen de slotdag kosten ongeveer € 300, en dan moet je nog eten, drinken en onderdak hebben. Ook moet je natuurlijk een souvenir kopen. De officiële shop, die zo groot is als een voetbalveld, draait in die week een omzet van zo’n vijftig miljoen. Ook ik koop elk jaar iets. Vorig jaar was dat een blauw rompertje van The Open omdat wij net wisten dat de baby in mijn buik een jongetje werd.
De (economische) impact van The Open is niet alleen zichtbaar op de golfbaan, maar ook ver daarbuiten. Vorig jaar werden zelfs de treinstations gesloten, zodat alle mensen over het spoor richting de golfbaan konden lopen. Maar denk ook aan de hotels die al maanden van tevoren zijn volgeboekt en de restaurants die elke avond afgeladen zijn. Overal waar je loopt, voel je het golfvirus rondwaren. Zelfs de kleinste lokale bedrijven profiteren van de extra vraag die het evenement met zich meebrengt.
De manager van Joost is bijna een half jaar van tevoren al bezig om een geschikte accommodatie te vinden. De prijzen van een overnachting in een 3-slaapkamerappartement lopen al snel op naar meer dan € 12.000 voor vijf dagen. Vaak boeken we tijdens The Open een Airbnb, zodat onze familie ook mee kan reizen. Dit jaar komen mijn ouders mee om een handje te helpen met onze zoon Dex.

Als ik langs alle beveiliging de golfbaan op loop, kijk ik altijd weer mijn ogen uit. Overal staan cameraploegen. Ze filmen niet alleen op de baan maar al bij binnenkomst, in de players lounge en bij bij de oefenfaciliteiten. En vorig jaar zelfs toen Joost en ik iets kochten in de shop. De hospitality-tenten zijn drie verdiepingen hoog en nergens vind je zulke grote tribunes. Het lijken wel flatgebouwen, waar tienduizenden mensen in kunnen. En elk jaar worden ze groter. Het is een bijzondere week, waar ik het hele jaar naar uitkijk.